You are using an outdated browser. For a faster, safer browsing experience, upgrade for free today.

Steen voor steen, spriet voor spriet

Friesch Dagblad
28 juni 2017, pagina 34
door Diane Romashuk


In de geschilderde, vredige landschappen van Reinder Ourensma stralen het licht, de rust en de ruimte. Ze ogen realistisch, maar in de details gaat juist de droomwereld van de Leeuwarder kunstenaar schuil.

Wie van een afstand een snelle blik op de schilderijen van Reinder Ourensma (65) werpt, ziet vooral onverstoorde eenvoud. Verstilde landschappen, opgebouwd uit stenen, muurtjes, gras, luchten en hier en daar een enkel huis of gebouw. Al even sober in kleur: veel combinaties van groen, blauw en wit, zo nu en dan ook geel en paars. De scènes zijn realistisch, alsof Ourensma ze tijdens een wandeling ter plekke met zijn penselen fotografeerde.

Reinder Ourensma in zijn woonkamer met achter hem zijn recente werk Separated for too long VIII (acryl, 2017). In het gedetailleerd schilderen van onder meer gras en stenen, daagt de Leeuwarder kunstenaar zichzelf uit om tot het uiterste te gaan. Foto: Marchje Andringa

Reinder Ourensma in zijn woonkamer met achter hem zijn recente werk Separated for too long VIII (acryl, 2017). In het gedetailleerd schilderen van onder meer gras en stenen, daagt de Leeuwarder kunstenaar zichzelf uit om tot het uiterste te gaan. Foto: Marchje Andringa

Wie dichterbij komt en beter kijkt, ontdekt juist een wereld aan details. Mos en barsten tekenen iedere steen, het gras plantte Ourensma spriet voor spriet met een fijn penseel tot diep in het veld. En zelfs in die finesses wordt de kijker nog op het verkeerde been gezet. “Het lijken net foto’s, is een opmerking die ik vaak hoor”, zegt de kunstenaar. “Ik schilder wel natuurgetrouw, maar de details zijn verzonnen. Mijn werken zitten vol met structuren, maar geen bestaande. Tussen het gras vind je bijvoorbeeld geen onkruid. Ik weet niets van soorten gras of van hoe mos groeit, ik schilder door totdat het lijkt of het kan kloppen.”

Veel van zijn landschappen zijn geïnspireerd op dat van Ierland. Op zijn dertigste ging hij daar voor het eerst naartoe. “Daarna ben ik haast nooit meer ergens anders op vakantie geweest. Zo’n twee keer per jaar kom ik er en rij ik er als een spons rond om de omgeving in me op te nemen.” Soms maakt hij foto’s en daarvan collages als basis voor zijn kunstwerken, maar meestal schildert hij thuis vanuit zijn herinnering. En bovenal vanuit zijn verbeelding.

Ourensma’s verbeeldingskracht is waarschijnlijk groter dan gemiddeld. Toen hij vier was, kreeg hij tbc. Terwijl zijn leeftijdsgenootjes hun eerste schooljaren beleefden, lag hij drie jaar lang in het sanatorium in Leeuwarden op bed. “Het enige medicijn was rust, een hele opgave voor een druk jongetje.” Het grootste deel van de tijd bracht hij door met tekenen en fantaseren. “Dat was wat ik kon doen in bed. Mijn uitzicht was elke dag dezelfde boom. Dan ga je vanzelf meer details zien. Ik las ook veel stripverhalen van Marten Toonder, zo is het land van Ollie B. Bommel en Tom Poes mijn fantasiewereld geworden. Hele films zag ik voor me op het plafond.”

Ook geluk
Ondanks zijn onfortuinlijke start, wist Ourensma op zijn zestiende de Mulo af te ronden. “Wat ik gemist had, bleek ik helemaal niet leuk te vinden. In die zin is mijn ziekte ook mijn geluk geweest; ik hoefde maar kort naar school.” Zijn vervolgopleiding koos hij dan ook met leuke vakken in het vooruitzicht. Hij ging naar Academie Minerva in Groningen voor de opleiding tot docent handvaardigheid en tekenen. “Daar heb ik het enorm getroffen. Het Noordelijke realisme was net in opkomst. En van docenten als Wout Muller en Ger Siks kreeg ik daarbinnen ook alle ruimte voor het fijne werk en om te fantaseren.”

Na zijn afstuderen ging hij aan de slag als leraar in het speciaal onderwijs, wat hij tot hij in 2014 met de VUT ging met genoegen is blijven doen. “Veel van de leerlingen daar vinden school ook niet leuk. We hadden wel een band. Ik heb nooit les gegeven op basis van kennis, maar altijd door vooral veel te doen.” In zijn vrije tijd en de vakanties, legde hij zich toe op zijn eigen kunst. Aanvankelijk ook met aquarelleren en tekenen, later voornamelijk het schilderen. “En ben daarbij verslingerd geraakt aan acrylverf.”

In Ierland viel voor hem veel op zijn plek. “Daar zag ik Heer Bommel rijden en begreep ik ineens het landschap van Toonder. De hele sfeer sprak me aan: de spookachtige ruïnes, de stenen muurtjes die de Ieren bouwen om de weilanden te begrenzen, het heuvelachtige en dat het dun bevolkt is met dus weinig belemmeringen voor de natuur.”

In 2009 kreeg Ourensma een uitnodiging om deel te nemen aan de Biennale Internazionale Dell’Arte Contemporanea in Florence. Toen ik me net had ingeschreven verscheen er een zuur artikel over in de krant. Het zou er alleen maar om geld gaan omdat je voor deelname moest betalen en iedereen maar werd toegelaten. Dat stuk maakte nogal wat tongen los, ik ging er met lood in de schoenen heen. Maar voor elke beurs geldt: niks is voor niks en ik heb er een fantastische week gehad.” Van de 643 kunstenaars uit 78 landen kwam hij bovendien terug met de eerste prijs schilderen.

Het leverde hem niet veel later ook een podium in ‘zijn’ Ierland op. Ourensma exposeerde in 2012 in Dublin op een pop-up Biennale. “Die werd gehouden rond een project van Yoko Ono dus die was er ook. Een galeriehouder benaderde me daar met de vraag of hij mijn werk mocht verkopen, dat doet hij tot op de dag van vandaag nog steeds.”

Behalve een liefde lijkt de kunst voor Ourensma ook noodzaak. “Van binnen ben ik nog altijd een druk persoon. In het schilderen kan ik mijn energie kanaliseren, en mezelf dwingen tot geduld.” Dat doet hij door tot het uiterste te gaan. “Met het meest pieter peuterige werk. Sommigen zullen dat saai vinden maar het is heel hard werken en verschrikkelijk moeilijk: ik schilder elke dag en ik heb dit jaar nog maar drie schilderijen af gekregen.”

Meer dan eens begint zijn dag met het mengen van een kleur groen voor het gras op een schoteltje. “Soms sta ik echt versteld van mezelf. In een split second kies ik zo waarmee ik het de hele dag ga doen, en het komt ook geregeld voor dat het achteraf toch niet precies de juiste kleur groen is, niet egaal genoeg, of toch te grof geschilderd. Dan kan ik de volgende dag weer van vooraf aan beginnen.”

Veel aandacht besteedt Ourensma ook aan het licht in zijn werk. Nooit zelf aanwezig, werpt de zon zijn stralen en schaduw subtiel over elk van zijn schilderijen. “Mijn schilderijen hoeven niet belicht te worden, het licht komt van binnenuit.”

Zo weids als zijn landschappen zijn, zo beperkt is zijn atelier aan huis in een bijkamer waarin hij ze maakt. “Ik heb geen groot huis en ook geen tuin, zodat ik zoveel mogelijk tijd in het schilderen kan steken. Daarvoor hoef ik ook de wereld niet in. Mijn kinderziekte heeft de basis gelegd voor het fantaseren, maar ook voor het kunnen concentreren in een kleine ruimte. Als ik naar binnen kijk is er heel veel ruimte; de wereld is zo groot als je haar wilt zien.”